Suriname heeft geen zin te praten over zijn steun aan de internationale walvisvangst en houdt de deur stevig dicht voor Greenpeace. Een delegatie van deze internationale milieuorganisatie was van plan om van 2 tot en met 7 maart een bezoek te brengen aan Paramaribo om onder meer druk uit te oefenen om de steun aan met name Japan in te trekken.
Algemeen wordt aangenomen dat het vlees van deze dieren uiteindelijk toch in de pot beland. Walvisvlees is namelijk een delicatesse in dat land. Japan blijft echter bij zijn bewering dat het vangen van walvissen wetenschappelijke doeleinden dient en zo beantwoordt aan de regels van de internationale walvisvangstcommissie. Het land jaagt al sinds 1987 weer op deze dieren. Opiniepeilingen wijzen overigens uit dat slechts 11 procent van de Japanse volwassenen de walvisvangst steunt, en dat een niet veel hoger percentage van 14 procent van de Japanse volwassenen tegen walvisvangst is.
Een steeds groter probleem voor deze sector is de achteruitgang in de vraag naar walvisvlees in Japan, wat resulteerde in een reclame-offensief om het publiek ervan te overtuigen dat de walvisvangst cultureel en economisch belangrijk is voor Japan. Hierin werd ook beweerd dat walvissen te veel vis eten en de conservering van de visvoorraad bedreigen. Een bewering zonder enige wetenschappelijke onderbouwing. Schvartzman vindt daarom dat Suriname de wereld een betere dienst bewijst als het de steun aan Japan intrekt.