Guyana zoekt bondgenootschap met arrogant en zelfingenomen Suriname
Suriname verstaat bij lange na niet de kunst haar eigen bevolking in binnen en buitenland (!) tevreden te stellen met soepele en menselijke faciliteiten, welke het land overigens wel over heeft voor buitenlanders die het land eerst een kunstje willen flikken om het vervolgens verkracht en vergiftigd achter zich te laten, denk bijvoorbeeld aan goudwinning en de zoek naar andere edele materialen. Vergunningen op het terrein van landbouw, veeteelt, visserij en luchtvaart zijn bij voorkeur en uitsluitend weggelegd voor buitenlanders. Van de eigen bevolking verwacht men een onvervalst chauvinistisch gevoel.
Terwijl men in Suriname even bezig is heel goewwichtig te doen is Guyana op haar beurt bezig een leidende rol op zich te nemen ten aanzien van de strijd tegen de ontbossing van de bosrijke landen in de regio, waaronder Suriname. Sinds Guyana als een van de eerste veertien ontwikkelingslanden in aanmerking is gekomen voor participatie in een fonds van de Wereldbank, is men bereid de eigen ervaringen te delen met Suriname en technische assistentie te verlenen. Dit fonds heeft te maken met het ontwikkelen van projecten om ontbossing en bosdegradatie tegen te gaan; het zogenaamd REDD-systeem. Het land heeft daarna als eerst een projectplan ingediend bij de Wereldbank. Suriname die ook belangstelling heeft om in dit fonds opgenomen te worden, is buiten de boot gevallen.
Guyana heeft in tegenstelling tot Suriname echter enorm veel huiswerk gedaan om zijn internationale positie te bemachtigen. Het land heeft met sterke politieke lobby en onderzoeksresultaten laten optekenen dat de waarde van zijn bos ten minste 580 miljoen US dollar op jaarbasis kan opleveren als het wordt omgekapt en ingezet voor landbouw, veeteelt en uitgifte voor mijnbouwdoeleinden. In Suriname redeneerde men ten aanzien van de waardeschatting van haar eigen bosrijkdom als volgt: