De verdachte FH die gisteren werd verhoord, verklaarde dat hij bijkans 127 sloffen sigaretten moest verduisteren om de huurpenning van zijn woning te betalen. Samen met zijn broer zou hij ook inbreken in het pand van zijn werkgever en SRD 45.000 hebben meegenomen.
Ter zitting verklaarde deze verdachte dat hij zich met zijn deel van de buit een auto had aangeschaft welke door de politie in beslag werd genomen. De rechter confronteerde hem hierbij met diens eigen verklaring dat hij het geld zou aanwenden om zijn jongere broer en zus te ondersteunen. Behalve de twee voorgaande feiten heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan een andere inbraak.
Bij die gelegenheid namen de inbrekers een ventilator, stereoapparatuur en celkaarten mee.
Nadat de verdachte merkte dat de grond onder zijn voeten heet werd begon hij zich te bedienen van het sentiment dat zijn stiefvader een dronkaard zou zijn en dat die zijn moeder mishandelen, hetwelk hem zou hebben genoopt om uit huis te gaan en zijn leven op te bouwen, desnoods middels roofbouw. De rechter legde hem uit dat dit gegeven nog lang niet een strafbare handeling als deze zou kunnen doen rechtvaardigen.