| Slechte onderwijsresultaten op Surinaamse scholen |
|
|
|
Het is verwonderlijk dat men de Nederlandse educatieve sociale werkplaats, het VMBO in Suriname niet heeft ingevoerd maar trouw is gebleven aan haar eigen hoewel ooit vanuit Nederland gedropte MULO. In Suriname staat men niet stil bij het feit dat er in Nederland sprake is van een wildgroei aan expertise- en ontwikkelingsbureaus, die door de overheid langs een louche weg de aanbesteding gegund krijgen een innovatief onderwijsmodel te concipiëren. Indien achteraf blijkt dat de geïmplementeerde nieuwe onderwijsmethode gefaald heeft, gaat men verder met een nieuwe capriool ten kosten van het welzijn van de onderwijsdeelnemer en van de belastingbetaler.
Onlangs zijn er op Surinaamse scholen slechte schoolresultaten geconstateerd. Voorzitter Phil Hertzberg van de Studentenconventie verwijt minister Edwin Wolf ondeskundigheid en het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov) gebrek aan visie. Deze laatste laat zich linken aan een oud bericht in De Ware Tijd volgens welke een leerkracht tegen zijn leerling, die er met het petje naar smeed, zou hebben gezegd: “als jij zo door blijft gaan zie ik jou een keer minister worden“. Volgens Hertzberg was vanaf het prille begin van de periode van Wolf als minister te constateren dat het onderwijs bezig was af te stevenen op een ramp. In een daartoe gehouden congres zou Hertzberg zaken als het tekort aan leermiddelen, leslokalen en het verschijnsel van ondervoede leerlingen onder de aandacht van de bewindsman hebben gebracht. Hertzberg geeft vervolgens ook het Jeugdparlement een veeg uit de pan omdat het zich als instituut ter ondersteuning van de ontwikkeling van de jeugd niet als zodanig heeft kunnen verwaardigen. Hij verwijst onder andere naar het project ‘Schoolvoeding’. Hertzberg maakt zich ook zorgen over de vele buitenschoolse activiteiten van jongeren, waardoor er weinig tijd overblijft om te investeren in de studie. Een ander minpunt voor het onderwijs is het feit dat vele leerkrachten vanwege de slechte economische omstandigheden nog steeds gedwongen zijn nevenactiviteiten uit te oefenen. Tengevolge hiervan is er nimmer sprake van een onderwijs-, didactisch- pedagogisch verantwoorde lesvoorbereiding maar van een knusse aanwezigheid van een externe werknemer die de scholieren komt behagen met wat parate wetenswaardigheden. Hij roept scholieren en studenten op zich beter te organiseren om een positieve verandering te brengen in de onderwijssituatie. Het heeft volgens hem geen zin te wachten op de overheid, aan wie het aan politieke wil en daadkracht ontbreekt. “Een sterke bundeling onder studenten zal hun positie in het onderwijs in het algemeen en op de respectieve instellingen in het bijzonder versterken.” Hij hoopt daarom dat studenten in het komend schooljaar het initiatief zullen nemen om meerdere schoolbonden op te richten. |
|
|