| Surinaamse ex-minister Balesar strafrechtelijk vervolgd |
|
|
|
In de strafzaak tegen de gewezen minister van Openbare Werken (OW), Dewanand Balesar, zijn onlangs twee getuigen gehoord door het Hof van Justitie. Op de zitting bleek een buitengewone interesse te bestaan voor deze zaak. Zowel de aanklager, de advocaten als de rechters wilden in details weten hoe de werkwijze is op het ministerie van Openbare Werken (OW) als het gaat om uitgaven uit de staatsbegroting. Getuige S. die de functie van onderdirecteur bekleedt, heeft belastende verklaringen afgelegd tegen de ex-minister. S., die reeds veroordeeld is in deze zaak, gaf in details hoe bestelbonnen werden opgemaakt, renovaties thuis bij Balesar werden uitgevoerd waarvan de kosten werden betaald met overheidsgelden. Procureur-generaal (pg) Subhaas Punwasi heeft een paar maanden geleden in een mondelinge voordracht van de dagvaarding gezegd dat Balesar zich schuldig heeft gemaakt aan 21 strafbare feiten. Deelneming aan een criminele organisatie prijkt daarbij op een waslijst van strafbare feiten die de ex-minister wordt verweten. Behalve deelneming aan een criminele organisatie zijn de andere strafbare feiten oplichting van de Staat Suriname en valsheid in geschriften meermalen gepleegd, overtreding van de Comptabiliteitswet en opzetheling. Punwasi meent dat Balesar met een aantal andere personen (veroordeelden in de OW-fraude affaire) een criminele organisatie leidde die zich gespecialiseerd had in falsificaties. Volgens de pg heeft Balesar in totaal duizenden Surinaamse dollars, die aan de Staat toebehoorden, voor zichzelf aangewend. Er zijn volgens de pg verschillende werkzaamheden thuis bij de gewezen bewindsman uitgevoerd waarop hij geen recht had maar waar hij de Staat voor liet opdraaien. Er zijn daarvoor bestelbonnen en reçu's valselijk opgemaakt op namen van fictieve bedrijven om de kosten te dragen. Toen deze zaak aan het rollen kwam wees Balesar een beschuldigende vinger in de richting van S. Volgens deze getuige werd hij zelfs bedreigd met ontheffing indien hij de schuld niet op zich zou nemen. De tweede getuige W.A moet de komende dagen enkele zaken schriftelijk voorleggen aan het Hof. W.A.die stafambtenaar is op het ministerie van Financiën, moet voor het Hof achterhalen van wie het verzoek is uitgegaan aan het onderzoeksorgaan CLAD om een onderzoek te doen naar vermeende strafbare feiten op het OW. Daarnaast moet deze getuige ook documenten overleggen waaruit de rechter kan opmaken wat de richtlijnen waren voor de ministeries met betrekking tot uitgave van bedragen van SRD 4000 en minder waarvoor geen autorisatie nodig is van de Raad van Ministers (RvM). De ex-minister moet weer op 23 januari 2008 verschijnen voor de rechter. Op die dag zullen weer enkele getuigen worden gehoord. |
|
|