Hoewel er in Suriname beaamd wordt dat de belangrijkste rechten van het kind zijn: het recht op onderwijs, het recht op eigen geloof en cultuur, het recht op een naam en een nationaliteit, het recht op een eigen mening, het recht op een veilig en gezond leven, het recht op bescherming tegen kinderarbeid, het recht op bescherming tegen mishandeling en geweld, het recht op bescherming bij oorlog, het recht op spelen, het recht om op te groeien bij familie, het recht op veilig drinkwater, het recht op goede gezondheidszorg en het recht op zorg bij een handicap, toont de praktijk dat men in Suriname geen flauw benul heeft van al deze compromissen. Alle rechten gelden voor alle kinderen over de hele wereld, dus ook in Suriname. De overheid beschouwt de opvoeding van een kind strikt als een zaak van de ouders omdat die kinderen hadden gewild en niet de Surinaamse overheid voor hen. Indien ouders door geldgebrek , baanverlies etc. hun kinderen geen zorg op maat kunnen bieden laat de overheid hen gewoon links liggen en gaat verder met de orde van de dag. In dit materiele opzicht is het in Nederland iets beter geregeld. Desalniettemin moet worden toegegeven dat zelfs in het kind-vrouw- en diervriendelijk Nederland het juist kinderen zijn voor wie de beschermende hand vaak te laat uit de mouw floepte. In Suriname komen er geen AMK