In het kader van dit project wordt er met name gedacht aan de export in bulk van oppervlaktewater uit de Corantijn-, Commewijne- en Surinamerivier. Om de haalbaarheid hiervan vast te stellen, is vorige week een intentieverklaring ondertekend tussen het ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking (Plos) en het Amsterdamse Instituut voor Ontwikkeling en Innovatie. Onder meer over de economische haalbaarheid, mogelijke zuiveringsmethoden en het traject voor het opzetten van deze industrie in Suriname moet duidelijkheid worden verschaft. Daarnaast is de impact op het milieu, de politiek en de samenleving ook belangrijk. De studie zal negen maanden in beslag nemen en wordt begroot op ongeveer 300.000 euro. Een deel van het geld wordt door Plos gedragen en het andere deel uit het Nederlandse Programma Economische Samenwerking Projecten. “We zijn nu bezig met het opstellen van de bestekvoorwaarden waarbinnen de studie zal plaatsvinden. Suriname heeft voldoende potentie om deze sector te ontwikkelen”, weet Plos-minister Rick van Ravenswaay.
Suriname is per hoofd van de bevolking het op één na rijkste land wat betreft zijn waterreserves. Het land heeft jaarlijks 199 miljard kubieke meter water beschikbaar. “Gezien deze hoeveelheid heeft Suriname grote potentie om landen die een schaarste aan water hebben, te bevoorraden, vooral de 7,6 miljoen inwoners in de Caribische regio”, staat in het Meerjaren Ontwikkelingsprogramma. Surinames Caribische broeders Antigua & Barbuda, Barbados, de Bahamas en St. Kitts & Nevis vallen onder de twintig landen in de wereld met het grootste watergebrek. Internationale studies hebben uitgewezen dat in 2025 ruim 1,8 miljard mensen zullen leven in landen met enorme waterschaarste. Van Ravenswaay ziet een prominente rol voor Suriname weggelegd om hierop in te spelen en ook nog eens veel deviezen te verdienen. Volgens de Water Poverty Index is Suriname het zesde land in de wereld met de beste waterreserves.