Een brug over de Corantijnrivier kan volgens Wijdenbosch het einde betekenen van de backtrack. Vooruitlopend op de brugbouw zal er ordening moeten plaatsvinden op deze route. Wijdenbosch zegt dat men met de mond belijdt dat de backtrack geordend zal worden, maar dat er tot op heden geen moer gerealiseerd is. Op de vraag hoe hij denkt middelen te vergaren om de twee bruggen te bouwen zegt de voormalig president dat hij zichzelf goed kent, echter bezien vanaf het moment dat hij met een katerige kop, geheel onopgefrist voor de spiegel staat om het virtuele beeld dat hem wordt toegeworpen, te trotseren. “Door een stukje creativiteit en denkwerk is het indertijd mogelijk geweest om de bruggen over de Suriname en de Coppenamerivier gerealiseerd te krijgen”. Hij haalt enkele financieringsmogelijkheden aan zoals leningen en het financieel uitkleden van familiebezoekers uit Nederland. Wijdenbosch benadrukt dat hoewel het zwak en laf is, Surinaamse-Nederlanders hun vaderland veel verschuldigd zijn en dat hij een goede zaak vindt dat Surinaamse-Nederlanders in Suriname niets mogen opzetten. Betalen mag , vindt hij.
Het gilde waar Wijdenbosch deel van uitmaakt zal ook de hele productiesector beïnvloeden en zullen mensen zich concentreren op een betere ordening van de rijstsector en andere niet traditionele exportlanden."Wij zijn niet bang voor andere landen. Wij zullen dealen met andere landen zolang er wat te dealen valt. Wij gaan geen landen uitsluiten", zegt Wijdenbosch. “Het is de president van het land die met het bedrijfsleven op zoek moet gaan naar de mogelijkheden. Maar wij blijven angstig kijken naar Surinaamse Nederlanders die willen investeren in Suriname “.