In Suriname kent het onteigeningsproces een verloop dat arbitrair genoemd zou kunnen worden. Het overheidsbelang dat weleens onlosmakelijk verbonden kan zijn met het belang van een invloedrijke zakenman, kan dat van de plaatselijke bevolking behoorlijk chargeren. De bevolking op zich begint steeds meer in opstand te komen en opbrengsten, voortvloeiende uit de bedrijvigheden van natuurlijke hulpbronnen op te eisen.
Vooral door de komst van Chinese exploitanten is het voor de Surinaamse
bevolking uitkijken geblazen, hoewel men zelf geen vin verroert iets te ondernemen en met straffe, onderzoekende blikken de handel en wandel van
anderen zit te registreren, teneinde zich ervan te vergewissen dat men niet door die anderen wordt voorbijgestreefd. Het bijhouden van het langzame/statische tempo is de Surinamer kennelijk zeer heilig.
Inheemsen van West-Suriname hebben recentelijk aangegeven ook vertegenwoordigers te willen hebben in het onderhandelingsteam van de regering. Men eist een percentage op van de bauxietopbrengst door de eigen ontwikkelingen zelf onder controle te houden. Verder willen de bewoners van het West-Surinamegebied geen Chinezen bij de exploitatie van Bakhuys. Men schijnt ook erg gekant te zijn tegen de realisatie van een waterkrachtcentrale. Indien de regering het wel nodig acht zulks op te zetten dienen hun eigen kapiteins er tijdig bij betrokken te worden en steeds op de hoogte te worden gehouden omtrent het voortgangsproces ervan. De inheemse bevolking wil bijvoorbeeld alle hout uit het gebied zelf exploiteren om haar eigen fonds mee vol te spekken. Als dit op termijn niet leidt tot conflicten vanwege belangenverstrengeling en oneigenlijke boekhouding, zal dit ongekend zijn voor een land als Suriname.
Dit eisenpakket is ter hand gesteld aan minister Gregory Rusland van Natuurlijke hulpbronnen, tijdens diens bezoek aan het gebied alwaar hij gesprekken heeft gevoerd met de dorpskapiteins en andere organisaties.